vrijdag 11 mei 2012
Gekke Henkie
Wat flauw zeg. Op het moment dat Henk Bleker opstaat om zich verkiesbaar te stellen als lijsttrekker voor het CDA valt heel Nederland over hem heen. Dat is gezien de geringe lengte van Henk ook niet zo heel raar maar het blijft makkelijk. Hij springt in het gat dat in het CDA is geslagen na de breuk met de PVV. Ja, dat dit gat veel te groot is voor de 1 meter 27 lange Henk is zijn schuld natuurlijk niet. Zonder zijn onderkaak te bewegen, probeer maar eens, is echt heel lastig, hopt hij van leugen naar leugen wat hem bij uitstek een uitstekende politicus maakt. De offers die Henk moet brengen voor deze keus zijn ook niet mild. Wanneer hij wordt gekozen zal hij zijn vriendin, die qua leeftijd ook zijn dochter (of kleindochter) zou kunnen zijn, veel minder zien. En dat is niet leuk voor de hoog potente Bleker die stiekem het liefst naar zijn pony’s zit te gluren in het hoge noorden. Henk zegt zich vast als een vis in het water te voelen in de Haagse politiek maar de realiteit is dat hij zich als een kat in het nauw gedraagt. De sprongen die hij maakt zijn zoals zijn kapsel; raar en ongecontroleerd. Nog een reden om Bleker te koesteren. Nu de grote gedoger in de vorm van Wilders is gedegradeerd tot hofnar is er een sterke behoefte aan een minstens zo maffe politicus en Bleker vervult deze rol met verve. Dat hij van humor houdt blijkt wel uit het feit dat hij met Jack de Vries in zee is gegaan en als campagneslogan ‘Eerlijk, helder, Henk’ heeft gekozen. Wat een giller! Het enige dat aan die slogan klopt is zijn voornaam. Nee, Bleker, die nooit zegt ergens beschikbaar voor te zijn maar wel overal gaat zitten is een raspoliticus met humor. En niet alleen voor Bleker zou het een mooie stap zijn als hij lijsttrekker wordt. Het zou inhouden dat het een spannende strijd zal gaan worden wie zich de grootste Christelijke partij mag noemen en met pak ‘m beet zes zetels in de kamer mag gaan zitten; het CDA of de Christenunie. Ik kan niet wachten tot twaalf september!
zondag 29 april 2012
Clowntje Prozac
Gistermiddag was ik aanwezig bij Corteo, de nieuwe show van Cirque du Soleil. Nou ja, nieuw. In de tijd dat ik er als supervisor voor de show Quidam werkte, tussen 1999 en 2001, ging de show al in première maar naar goed Cirque gebruik blijft een goed lopende show decennia lang rond de wereld reizen.
Er was in de tien jaar dat ik er inmiddels weg ben weinig veranderd. Engelssprekende supervisors liepen heupwiegend en druk door een walkie talkie pratend door het publiek. De stewards en stewardessen in de tent, in mijn tijd ‘plaatsaanwijzers’, keken nog altijd even begeerlijk naar de sixpacks en spierbundels van de in Rusland geschoolde acrobaten die met een in het gezicht gebeitelde glimlach onmogelijke kunsten lieten zien. Net als ‘in mijn tijd’ struikelde je welhaast over de merchandise die verkocht moest worden en waren de consumpties nog altijd vrolijk duur.
‘Dat is dan negen Euro’, zei de verkoopster vriendelijk. Ik keek even om me heen of ik stiekem toch in de buurt van de Eifeltoren stond maar bleek zonder enige twijfel me toch te bevinden op het asfalt van parkeerplaats P2 naast de Amsterdam ArenA.
Wie er, net als tien jaar geleden ook bij was, was Clowntje Prozac. Goed, de persoon in kwestie en het karakter dat hij in de show speelt was anders maar verder waren er alleen maar gelijkenissen.
Tien jaar geleden was er een van de drie, overigens waardeloze, clowns die in alles wat hij deed, op en buiten het podium, een diep verdriet uitdroeg. Waarschijnlijk vond Clowntje Prozac bepaalde dingen wel leuk, shag roken, bier drinken, maar het vermaken van kinderen stond in ieder geval niet in dat lijstje. Klassiek geworden is het beeld dat al tien jaar op mijn netvlies brandt van deze clown die, tussen de vrachtwagentrailers, met gebogen rug een shagje draait, dat om de haverklap opnieuw moet worden aangestoken.
Ook bij Corteo is er een Clowntje Prozac. Dit keer in de rol van gitarist wat het al minder erg maakt omdat hij in ieder geval niet de kinderen de stuipen op het lijf jaagt en de volwassen ook geen plaatsvervangend gevoel van schaamte geeft. Nee, deze pierrot zit weggedoken in een hoekje waar hij eenzaam en alleen over zijn gitaar hangt. En dat zal nog wel even zo blijven in de wetenschap dat ook Corteo nog wel even zal blijven rondreizen. Vrij naar ‘De eenzame fietser’ van Boudewijn de Groot schoot mij de volgende tekst te binnen: “Hoe sterk is de eenzame gitarist die, kromgebogen over zijn gitaar, tegen de wind nog 16.324 Corteo moet zien?”
zaterdag 14 april 2012
Bijltjesdag

Het was een mooie, warme junidag in 1997. Mijn vriend Stefan pakte mijn hand en samen gingen we wachten op dat wat komen ging. Naast Stefan en mijzelf zaten, in een kaarsrechte lijn, nog vijf jonge studenten die net het eerste jaar van de Toneelacademie in Maastricht hadden afgerond. Het onherroepelijke einde van dit jaar was vandaag en stond beter bekend als bijltjesdag. Op bijltjesdag kregen de leerlingen stuk voor stuk en zonder emotie van de directeur te horen of je door mocht naar het tweede jaar of dat je, zoals het zo mooi klinkt, een bindend studieadvies had gekregen om de opleiding te verlaten. Met het uitspreken van de woorden ‘bindend studieadvies’ werd er met uiterste precisie een droom aan duizend flarden geschoten. De statistieken waren verontrustend. De helft van de studenten uit het eerste jaar, dat bij mij bestond uit drie groepen van elk zeven leerlingen, zou worden weggestuurd. Wij gingen als tweede groep naar boven en ik zal nooit de schreeuw vergeten van een van de studentes uit de groep voor mij nadat ze een bindend studieadvies had gekregen. Weg toekomst. Althans voor even dan toch heel erg.
De directeur schraapte zijn keel en pakte zijn papier, het verdict van deze lome junidag in Maastricht, erbij.
Stefan en ik zaten in het midden van de groep. Toen de directeur met barse stem bij ons aankwam rolden er al wat koppen naast de mensen die zich in de zevende hemel waanden met een ticket voor de rest van de opleiding. Want als je eenmaal het eerste jaar had overleefd mocht je er vanuit gaan dat je de opleiding ook af kon maken.
In mij gloeide hoop. De laatste maanden was ik met sprongen vooruit gegaan en dit was, dat wist ik zeker, niet onopgemerkt gebleven.
‘Stefan’, leek de directeur te brullen terwijl Stefan’s hand zich verstrakte in de mijne, ‘heeft het bindend studieadvies gekregen om de opleiding te verlaten’. Boem. Weg droom. Zijn hand verslapte en een waterig spoortje gleed weg tussen onze vingers.
‘Matthijs’, de directeur zette het vizier op scherp en plaatste zijn wijsvinger strak achter de trekker, ‘heeft het bindend studieadvies gekregen de opleiding te verlaten.’ Hij had geschoten. Met scherp. Alle hoop die ik in me had lag als een verpulverd kristallen wijnglas achter me. Ik liet de hand van Stefan los. Het was voorbij. Maastricht was voorbij. Een carrière als acteur met de Toneelacademie als ideale springplank behoorde definitief tot het verleden.
Later hoorde ik dat mijn progressie wel degelijk was opgemerkt maar dat een van de speldocenten, een lange grijze man met witte snor die het talent bezat om nooit te lachen, mijn doorgang naar het tweede jaar had gedwarsboomd. Hij zag mij niet zitten. Net zoals de wereld hem niet zag staan als hij samen met zijn beroemde vrouw op feestjes aantrad als ‘de man van’. Arme man.
We werden opgevangen door onze mentor. Een klein gedrongen mannetje die, als hij niet met zichzelf bezig was toch nog met zichzelf bezig was. Hij had ons ook les gegeven en het eens bestaan om onze groep een uur lang doodstil op een stoel te laten zitten en, zonder te knipperen, in een spiegel te laten kijken. Los van het feit dat het een achterlijk en buitengewoon gemene opdracht was heb ik tot op de dag van vandaag niet kunnen achterhalen welk hoger doel dit allemaal diende. Misschien was het enkel en alleen wel omdat hij dan even een uurtje voor zichzelf had en zich kon volgieten met koffie en volstoppen met broodjes van Moon, de kantinejuffrouw.
Deze man had het begrip ‘ijdelheid’ weer helemaal opnieuw uitgevonden en genoot daar zichtbaar van. Onze hedendaagse Narcissus zou ons wel even op gaan vangen. Helaas wordt daar voor iets meer gevraagd dan het empathisch vermogen van een blinde muur. Ik had niets aan deze man. Sterker nog, hij voedde de woede die in mij raasde ten opzichte van de kille directeur en zijn bindende studieadvies.
Veel meer had ik aan de avond die zou volgen waar ik met goede vrienden, op een na ook allemaal afgewezen, met veel drank de nacht heb stukgeslagen op de hoofden van de elitaire besluitvormers, de dromenvernietigers, van de Toneelacademie in Maastricht.
Nu, bijna vijftien jaar later, schijnt men in Maastricht de procedure te hebben veranderd waardoor bijltjesdag definitief tot het verleden behoort. Het is ze geraden ook.
donderdag 5 april 2012
Speeddaten
In 2011 was ik een van de 420.000 Nederlanders die het genoegen hadden om een uitkering te mogen ontvangen van het UWV.
De eerste maanden leefde ik van wat spaargeld in de hoop weer snel werk te vinden maar ook omdat ik op zag tegen golf van bureaucratie die over je heen spoelt als je een uitkering aan wil vragen. Bij het UWV zal dit wel bekend staan als een ontmoedigingsbeleid. Voor mij dekt de term ‘bloeddrukverhogende bureaucratische boekhoudellende’ de lading beter.
Toen ik uiteindelijk toch naar het UWV moest stond ik op mijn aller representatiefst in de rij voor de balie waar een hoogst merkwaardig uitgedost vrouwspersoon de mensen voor mij te woord stond. Haar interpretatie van het woord ‘representatief’ klopt als een bus in een wereld die wordt geregeerd door trollen en demonen en waar continu loeiharde gothic muziek uit de speakers klinkt. Misschien is het wel omdat ik in een parallel universum leef waar de mensen op een andere manier gekleed ga dan in het hare waardoor ze mijn aandacht trok. Om haar zwarte outfit te vervolmaken had ze twee stokjes van steenkool over haar oogleden en wenkbrauwen uitgesmeerd waardoor het geheel een buitengewoon sombere uitstraling kreeg. Ik werd er niet vrolijk van. Maar misschien viel ook haar klederdracht wel binnen het ontmoedigingsbeleid van de uitkeringsinstantie.
Het dieptepunt was echter nog niet bereikt. De uitkeringsgifbeker moest helemaal leeg en dat gebeurde in de vorm van speeddaten. Speeddaten? Ja, speeddaten met uitzendbureaus. In een klein en grijs zaaltje waar de koffie dezelfde temperatuur had aangenomen als de temperatuur van het zaaltje zelf. In deze crematoriumsetting zag ik een aantal statafels met daarachter de opgewekte jongens en meisjes van de uitzendorganisaties die wel wat zagen in het speeddaten. ‘Zij wel’, dacht ik.
Na twintig minuten obligaat geklets, je moest wel komen want anders zou er een sanctie volgen, liep ik als een geslagen hond weer naar buiten. De reacties van de jongens en meisjes van de uitzendorganisaties kwamen min of meer elke keer op hetzelfde neer. De eerste reactie is vaak een gilletje van ingetogen enthousiasme als ze horen wat ik allemaal op mijn cv heb staan. Bij de tweede reactie zakken de wenkbrauwen weer en komt men al snel tot de conclusie dat er met mijn cv weinig zeeën kunnen worden bevaren in de uitzendwereld. Men heeft daar nog de verzuilde blik die Nederland kenschetste in de jaren ’50. Wanneer je niet in de zuil productie (lopende band) , administratie (een oogafwijking oplopen door te staren naar Excel), horeca (afwasser in een spoelkeuken) of techniek (iets met solderen) bent onder te brengen wordt het buitengewoon lastig.
Nou is verdrinken in zelfmedelijden gelukkig niet mijn sterkste kant en heb ik inmiddels, op eigen kracht, leuk werk. De gedachte aan het speeddaten was al weer wat naar de achtergrond gedrukt totdat mijn vader, een rijzige zestiger, door gekonkel en smerig getruc op zijn oude werk ook zijn baan verloor en hetzelfde traject als ik moest gaan doorlopen. En daar hoorde ook het onappetijtelijke speeddaten weer bij. Dat vind ik niet alleen sneu voor hem maar ook een belediging aan het adres van iemand die ruim 35 dienstjaren erop heeft zitten. Gelukkig heeft ook hij op eigen kracht weer een baan kunnen vinden en is hem deze ellende verder bespaard gebleven.
Gisteren las ik in HP/De Tijd dat ook veel werknemers van het UWV zelf slachtoffer worden of zijn geworden van de draconische bezuinigingsmaatregelen van dit rechtste kabinet. Ook zij zullen dus moeten aankloppen bij hun oude werkgever met het verzoek een uitkering te mogen ontvangen. Het is te hopen dat tegen die tijd het malle speeddaten voor goed tot het verleden behoort.
De eerste maanden leefde ik van wat spaargeld in de hoop weer snel werk te vinden maar ook omdat ik op zag tegen golf van bureaucratie die over je heen spoelt als je een uitkering aan wil vragen. Bij het UWV zal dit wel bekend staan als een ontmoedigingsbeleid. Voor mij dekt de term ‘bloeddrukverhogende bureaucratische boekhoudellende’ de lading beter.
Toen ik uiteindelijk toch naar het UWV moest stond ik op mijn aller representatiefst in de rij voor de balie waar een hoogst merkwaardig uitgedost vrouwspersoon de mensen voor mij te woord stond. Haar interpretatie van het woord ‘representatief’ klopt als een bus in een wereld die wordt geregeerd door trollen en demonen en waar continu loeiharde gothic muziek uit de speakers klinkt. Misschien is het wel omdat ik in een parallel universum leef waar de mensen op een andere manier gekleed ga dan in het hare waardoor ze mijn aandacht trok. Om haar zwarte outfit te vervolmaken had ze twee stokjes van steenkool over haar oogleden en wenkbrauwen uitgesmeerd waardoor het geheel een buitengewoon sombere uitstraling kreeg. Ik werd er niet vrolijk van. Maar misschien viel ook haar klederdracht wel binnen het ontmoedigingsbeleid van de uitkeringsinstantie.
Het dieptepunt was echter nog niet bereikt. De uitkeringsgifbeker moest helemaal leeg en dat gebeurde in de vorm van speeddaten. Speeddaten? Ja, speeddaten met uitzendbureaus. In een klein en grijs zaaltje waar de koffie dezelfde temperatuur had aangenomen als de temperatuur van het zaaltje zelf. In deze crematoriumsetting zag ik een aantal statafels met daarachter de opgewekte jongens en meisjes van de uitzendorganisaties die wel wat zagen in het speeddaten. ‘Zij wel’, dacht ik.
Na twintig minuten obligaat geklets, je moest wel komen want anders zou er een sanctie volgen, liep ik als een geslagen hond weer naar buiten. De reacties van de jongens en meisjes van de uitzendorganisaties kwamen min of meer elke keer op hetzelfde neer. De eerste reactie is vaak een gilletje van ingetogen enthousiasme als ze horen wat ik allemaal op mijn cv heb staan. Bij de tweede reactie zakken de wenkbrauwen weer en komt men al snel tot de conclusie dat er met mijn cv weinig zeeën kunnen worden bevaren in de uitzendwereld. Men heeft daar nog de verzuilde blik die Nederland kenschetste in de jaren ’50. Wanneer je niet in de zuil productie (lopende band) , administratie (een oogafwijking oplopen door te staren naar Excel), horeca (afwasser in een spoelkeuken) of techniek (iets met solderen) bent onder te brengen wordt het buitengewoon lastig.
Nou is verdrinken in zelfmedelijden gelukkig niet mijn sterkste kant en heb ik inmiddels, op eigen kracht, leuk werk. De gedachte aan het speeddaten was al weer wat naar de achtergrond gedrukt totdat mijn vader, een rijzige zestiger, door gekonkel en smerig getruc op zijn oude werk ook zijn baan verloor en hetzelfde traject als ik moest gaan doorlopen. En daar hoorde ook het onappetijtelijke speeddaten weer bij. Dat vind ik niet alleen sneu voor hem maar ook een belediging aan het adres van iemand die ruim 35 dienstjaren erop heeft zitten. Gelukkig heeft ook hij op eigen kracht weer een baan kunnen vinden en is hem deze ellende verder bespaard gebleven.
Gisteren las ik in HP/De Tijd dat ook veel werknemers van het UWV zelf slachtoffer worden of zijn geworden van de draconische bezuinigingsmaatregelen van dit rechtste kabinet. Ook zij zullen dus moeten aankloppen bij hun oude werkgever met het verzoek een uitkering te mogen ontvangen. Het is te hopen dat tegen die tijd het malle speeddaten voor goed tot het verleden behoort.
zaterdag 24 maart 2012
Rikkert

Vanmiddag zag ik in het centrum van Haarlem Rikkert lopen. Ik ken Rikkert niet, hij mij niet en toch ken ik hem ook weer een beetje wel. Maar dan niet persoonlijk. Rikkert speelt namelijk zichzelf in de real lifeserie Connected van de NCRV waarin vijf vrouwen gedurende een half jaar hun eigen leven middels een videocameraatje in beeld brengen. En Rikkert heeft de pech dat hij zijn leven deelt met een van de dames en derhalve niet alleen de vuile was van zijn vriendin Mira, maar ook de zijne op tv en het internet wappert.
Dat het maken van een aflevering voor televisie veel knippen en plakken behoeft en dat het erg moeilijk is om een reëel beeld te schetsen leidt geen twijfel. Bij de andere vier dames is het redelijk in balans, het gaat van hoog naar laag in de emotionele achtbaan, maar bij Rikkert en Mira is het een grote doffe ellende.
Rikkert die met een baardje van twee dagen en uitgebluste ogen een biertje zit te drinken op de bank terwijl Mira tegen hem aan toetert. Rikkert die zich als een geknotte treurwilg door zijn huis begeeft. Rikkert die op een ongelooflijk smerige manier een maaltijd van de Burger King zit weg te eten achter het stuur van zijn auto met naast zich zijn Mira en op de achterbank de drie kinderen die het stel heeft. Rikkert die tijdens het ongelooflijk smerig eten van deze maaltijd de hoon van Mira over zich heen krijgt en vervolgens fors van zich afbijt en dat dan de kinderen op de achterbank niets meer zeggen. Rikkert die, wanneer hij naakt op zijn handen en met een roos tussen zijn billen gaat lopen nog steeds van Mira hoort dat hij haar niet begríjpt.
En ook de Rikkert die samen met zijn Mira in relatietherapie gaat omdat de relatie volgens haar ‘niet zo lekker loopt’. Ik ben geen relatietherapeut en ben zelf buitengewoon matig in het onderhouden daarvan maar dat de relatie tussen Rikkert en Mira niet optimaal is net zo’n schokkende constatering als wanneer je tot de conclusie komt dat Parijs de hoofdstad van Frankrijk is.
In het laatste filmpje dat op de site is geplaatst kaart Mira een vierde kindje aan bij Rikkert. Ze doet dit terwijl ze op een beurs staan waar de ene ‘zwangere buik’, aldus Mira, na de andere voorbij loopt. Mira staat daar in haar hoedanigheid als eigenaresse van webshop trotsemoeders.nl. In haar geval is het begrip ‘trotse moeder’ soms net zo geloofwaardig als te stellen dat Noord-Korea ons lichtende voorbeeld is van hoe een ideale democratie er uit ziet.
Vanmiddag zag Rikkert er moe uit. Hij slofte op slippers over de oude stenen in de straat en leek op zijn schouders het totale gewicht te voelen alle mensen die voor hem op die plek liepen.
Nu de zon buiten weer gaat schijnen en de bloemen uit de knoppen schieten hoop ik er voor Rikkert het beste van. Dat hij Mira het idee geeft dat hij haar wél begrijpt, dat hij een pilsje minder drinkt en dat hij en zijn gezin de volgende keer bij de Burger King gewoon aan een ongemakkelijk tafeltje gaan zitten.
Ik hoop voor hem dat de zon zijn mondhoeken optrekt en dat een paar zonnestralen ook zijn relatie mogen bereiken. Want tot dusver speelde Rikkert in de serie Connected de rol van de droevige, onbegrepen clown die afgeschminkt en wel zich in een Winschotens partycentrum bedenkt dat hij de mensen dan wel een leuke avond heeft gegeven maar dat het een verdomd eind rijden is, in je eentje, van die troosteloze feesthal naar het steenkoude bed in Haarlem.
woensdag 14 maart 2012
Twitterstilte
In het kielzog van al het moois dat de sociale media te bieden heeft doemen de eerste rafelrandjes ook al snel op. Vergelijk het met de katholieke kerk. Ontzettend veel mensen vinden hun heil bij deze organisatie maar dat dit gepaard gaat met de nodige rellen is inmiddels evident.
Het meest recente vuil onder de nagels van het medium Twitter luister naar de naam twitterstilte. ‘Twitterstilte’, het woord zegt het al, er wordt even niet getwitterd. Dit komt regelmatig voor bij grote rampen zoals recentelijk de ramp met de schoolbus vol kinderen in een Zwitserse tunnelbuis. Er zijn geen woorden om zo’n ramp te beschrijven dus ga ik mijn vingers daar ook niet aan branden maar onder een grote groep twitteraars heerst het idee dat een twitterstilte dan op zijn plek is.
Vandaag, 14 maart, was er om twaalf uur een twitterstilte van vijf minuten om stil te staan bij de gevolgen van de busramp. Ja, u leest het goed; vijf minuten. Vijf hele lange minuten niet twitteren. Wat een geweldige opoffering van de twitteraars onder ons om dit avontuur, vijf minuten niet twitteren, aan te gaan.
Onzin natuurlijk. Een twitterstilte is niets meer of minder dan een pedanterie van mensen die menen zo belangrijk te zijn dat het wat uitmaakt wanneer zij vijf minuten de toetsten van hun toetsenbord niet beroeren om een tweet de digitale snelweg op te sturen.
Remco Braamhaar uit Zeewolde, Frans Tillekens uit Gorinchem en Tanja Atsma uit Hoogenzand, allemaal twitterden zij vijf minuten niet. Maar waren ze dan ook echt met hun gedachten bij de slachtoffers en de nabestaanden? Ik vrees van niet. Vijf minuten is precies genoeg voor het roken van een sigaretje of het beleggen van een goedgevulde boterham. Vijf minuten is ook genoeg om even naar het toilet te gaan of al het zinnige nieuws uit de Telegraaf tot je te nemen. Niet bezig zijn met dat wat er in Zwitserland gebeurt maar gewoon vijf minuten ‘ff’ iets anders doen. Om je vervolgens goed te voelen over de manier waarop jij, o belangrijke twitteraar, maar liefst vijf minuten lang jezelf in moest houden om te twitteren.
De twitterstilte is het moderne equivalent van de aloude weesgegroetjes geworden. Stiekem hoop ik op de digitale variant van de malloot die de herdenking op de Dam verstoorde met zijn schreeuw op vier mei om acht uur. Met ditmaal niet als doel noch als gevolg om mensen over de dranghekken heen te jagen maar om de grote groep twitteraars, die werkelijk menen dat hun twitterstilte ook maar iets met ethiek te maken heeft, even een reset te geven.
Het meest recente vuil onder de nagels van het medium Twitter luister naar de naam twitterstilte. ‘Twitterstilte’, het woord zegt het al, er wordt even niet getwitterd. Dit komt regelmatig voor bij grote rampen zoals recentelijk de ramp met de schoolbus vol kinderen in een Zwitserse tunnelbuis. Er zijn geen woorden om zo’n ramp te beschrijven dus ga ik mijn vingers daar ook niet aan branden maar onder een grote groep twitteraars heerst het idee dat een twitterstilte dan op zijn plek is.
Vandaag, 14 maart, was er om twaalf uur een twitterstilte van vijf minuten om stil te staan bij de gevolgen van de busramp. Ja, u leest het goed; vijf minuten. Vijf hele lange minuten niet twitteren. Wat een geweldige opoffering van de twitteraars onder ons om dit avontuur, vijf minuten niet twitteren, aan te gaan.
Onzin natuurlijk. Een twitterstilte is niets meer of minder dan een pedanterie van mensen die menen zo belangrijk te zijn dat het wat uitmaakt wanneer zij vijf minuten de toetsten van hun toetsenbord niet beroeren om een tweet de digitale snelweg op te sturen.
Remco Braamhaar uit Zeewolde, Frans Tillekens uit Gorinchem en Tanja Atsma uit Hoogenzand, allemaal twitterden zij vijf minuten niet. Maar waren ze dan ook echt met hun gedachten bij de slachtoffers en de nabestaanden? Ik vrees van niet. Vijf minuten is precies genoeg voor het roken van een sigaretje of het beleggen van een goedgevulde boterham. Vijf minuten is ook genoeg om even naar het toilet te gaan of al het zinnige nieuws uit de Telegraaf tot je te nemen. Niet bezig zijn met dat wat er in Zwitserland gebeurt maar gewoon vijf minuten ‘ff’ iets anders doen. Om je vervolgens goed te voelen over de manier waarop jij, o belangrijke twitteraar, maar liefst vijf minuten lang jezelf in moest houden om te twitteren.
De twitterstilte is het moderne equivalent van de aloude weesgegroetjes geworden. Stiekem hoop ik op de digitale variant van de malloot die de herdenking op de Dam verstoorde met zijn schreeuw op vier mei om acht uur. Met ditmaal niet als doel noch als gevolg om mensen over de dranghekken heen te jagen maar om de grote groep twitteraars, die werkelijk menen dat hun twitterstilte ook maar iets met ethiek te maken heeft, even een reset te geven.
woensdag 7 maart 2012
Gogol!
Mijn Parijse neefje en nichtje zijn nu twee jaar en drie maanden en op een leeftijd aangekomen dat ze niet alleen woorden leren maar ook beginnen te kopiëren wat ze van anderen horen. Oppassen dus op je taalgebruik als de twee in de buurt zijn. Dubbel oppassen zelfs omdat ze zowel met de Franse als de Nederlandse taal worden opgevoed.
Als volwassene heb je dat nog wel in de hand maar wat te doen met woorden die ze overnemen van leeftijdsgenoten?
Nooit bij stil gestaan totdat ik van het weekend neefje M. het woord ‘gogol’ hoorde uitspreken in perfect en accentloos Frans. T was mij niet opgevallen als mijn zus niet meteen op hem af was gestapt om hem te melden dat hij dat toch maar beter niet kan zeggen. Gogol, zo liet ik mij vertellen, is het Franse equivalent van het Hollandse mongool. Kennelijk hebben neefje M. en nichtje B. dit ergens op de crèche opgepikt en de oeroude wet, dat wanneer iets niet mag het dus des te lekkerder is, ging hier ook op: het werd meerdere malen herhaald.
Zaterdag gingen we naar een klein speeltuintje in het park dat grenst aan hun huis in het zuiden van Parijs. Tot mijn milde schrik zat op een van de toestellen een ‘echte’ gogol. Toen mijn nichtje het meisje naderde hield ik even mijn hart vast, want hoe leg je in vredesnaam aan de ouders van het meisje uit dat jouw nichtje al weet wat een mongool is en dat ook nog eens laat weten aan de mongool in kwestie, maar gelukkig hield nichtje B. zich in.
En natuurlijk kennen ze het verschil tussen gogols en niet-gogols nog niet. Dat bleek zondag toen neefje M. een zorgvuldig opgebouwde Duplotoren omduwde en op de reprimande van zijn moeder reageerde met een stoïcijnse blik en een gortdroog, en in accentloos Frans, uitgesproken: Gogol!
Als volwassene heb je dat nog wel in de hand maar wat te doen met woorden die ze overnemen van leeftijdsgenoten?
Nooit bij stil gestaan totdat ik van het weekend neefje M. het woord ‘gogol’ hoorde uitspreken in perfect en accentloos Frans. T was mij niet opgevallen als mijn zus niet meteen op hem af was gestapt om hem te melden dat hij dat toch maar beter niet kan zeggen. Gogol, zo liet ik mij vertellen, is het Franse equivalent van het Hollandse mongool. Kennelijk hebben neefje M. en nichtje B. dit ergens op de crèche opgepikt en de oeroude wet, dat wanneer iets niet mag het dus des te lekkerder is, ging hier ook op: het werd meerdere malen herhaald.
Zaterdag gingen we naar een klein speeltuintje in het park dat grenst aan hun huis in het zuiden van Parijs. Tot mijn milde schrik zat op een van de toestellen een ‘echte’ gogol. Toen mijn nichtje het meisje naderde hield ik even mijn hart vast, want hoe leg je in vredesnaam aan de ouders van het meisje uit dat jouw nichtje al weet wat een mongool is en dat ook nog eens laat weten aan de mongool in kwestie, maar gelukkig hield nichtje B. zich in.
En natuurlijk kennen ze het verschil tussen gogols en niet-gogols nog niet. Dat bleek zondag toen neefje M. een zorgvuldig opgebouwde Duplotoren omduwde en op de reprimande van zijn moeder reageerde met een stoïcijnse blik en een gortdroog, en in accentloos Frans, uitgesproken: Gogol!
dinsdag 6 december 2011
Meisje K.
Gisteren mocht ik in de hoedanigheid van Sinterklaas een bezoek brengen aan een school voor langdurig zieke kinderen in Amsterdam.
In een van de oudste groepen ontmoette ik Meisje K.
Meisje K. lijdt aan een zeer ernstige ziekte: Taaislijmziekte. In het geval van Meisje K. betekent dit dat ze niet oud zal worden. Dertig is de verwachting, veertig een geschenk en vijftig is een wonder.
Om goed beslagen ten ijs te komen krijg ik van tevoren informatie over de kinderen die ik dan in het ‘Grote Boek’ plak. Bij Meisje K. stond dat ze een verhaal had dat ze misschien wel zou willen vertellen.
Ze was als een van de laatste aan de beurt om door de Sint te worden aangesproken. Ik vroeg haar naar haar verhaal. Bijna achteloos vertelde ze dat ze sinds kort uit huis is geplaatst.
Net als haar beroemde naamgenoot Joseph K., het hoofdkarakter uit ‘Het Proces’ van Franz Kafka, was ook Meisje K. belandt in een parallel universum waar de verhoudingen tussen goed en kwaad, begrip en onbegrip en rationaliteit en emotie totaal zoek zijn.
Een meisje met een uiteindelijk dodelijke ziekte die door Jeugdzorg uit huis wordt geplaatst; de vergelijking met de krankzinnige wereld van Joseph K. drong zich aan me op.
De uithuisplaatsing had waarschijnlijk meerdere redenen. Allicht. Het moet gruwelijk moeilijk zijn om een kind dat te ziek is om kind te zijn op te voeden. Wat mij trof was dat haar ouders het niet voor elkaar kregen om binnenshuis niet te roken. En dat terwijl sigarettenrook voor Meisje K. verschrikkelijk moet zijn. Ik probeer hiermee geen oordeel uit te spreken over de ouders. Zoals ik al zei; de uithuisplaatsing had vast meerdere redenen. Het gaat mij om Meisje K. die, in tegenstelling tot haar naamgenoot Joseph, geen fictief figuur is maar een meisje van vlees en bloed en van nog geen tien jaar oud.
Zowel het boek van Kafka als het verhaal van Meisje K. maakten op mij diepe indruk. Met dat verschil dat ik de inhoud van ‘Het Proces’ niet meer weet te reproduceren terwijl het verhaal van Meisje K. nu al ruim een etmaal achter mijn ogen brandt.
In een van de oudste groepen ontmoette ik Meisje K.
Meisje K. lijdt aan een zeer ernstige ziekte: Taaislijmziekte. In het geval van Meisje K. betekent dit dat ze niet oud zal worden. Dertig is de verwachting, veertig een geschenk en vijftig is een wonder.
Om goed beslagen ten ijs te komen krijg ik van tevoren informatie over de kinderen die ik dan in het ‘Grote Boek’ plak. Bij Meisje K. stond dat ze een verhaal had dat ze misschien wel zou willen vertellen.
Ze was als een van de laatste aan de beurt om door de Sint te worden aangesproken. Ik vroeg haar naar haar verhaal. Bijna achteloos vertelde ze dat ze sinds kort uit huis is geplaatst.
Net als haar beroemde naamgenoot Joseph K., het hoofdkarakter uit ‘Het Proces’ van Franz Kafka, was ook Meisje K. belandt in een parallel universum waar de verhoudingen tussen goed en kwaad, begrip en onbegrip en rationaliteit en emotie totaal zoek zijn.
Een meisje met een uiteindelijk dodelijke ziekte die door Jeugdzorg uit huis wordt geplaatst; de vergelijking met de krankzinnige wereld van Joseph K. drong zich aan me op.
De uithuisplaatsing had waarschijnlijk meerdere redenen. Allicht. Het moet gruwelijk moeilijk zijn om een kind dat te ziek is om kind te zijn op te voeden. Wat mij trof was dat haar ouders het niet voor elkaar kregen om binnenshuis niet te roken. En dat terwijl sigarettenrook voor Meisje K. verschrikkelijk moet zijn. Ik probeer hiermee geen oordeel uit te spreken over de ouders. Zoals ik al zei; de uithuisplaatsing had vast meerdere redenen. Het gaat mij om Meisje K. die, in tegenstelling tot haar naamgenoot Joseph, geen fictief figuur is maar een meisje van vlees en bloed en van nog geen tien jaar oud.
Zowel het boek van Kafka als het verhaal van Meisje K. maakten op mij diepe indruk. Met dat verschil dat ik de inhoud van ‘Het Proces’ niet meer weet te reproduceren terwijl het verhaal van Meisje K. nu al ruim een etmaal achter mijn ogen brandt.
maandag 7 november 2011
Uiensoep
Mevrouw Verhagen was afgelopen zaterdag gewoon thuis. Dit in tegenstelling tot het vorige CDA congres toen zij zich in het spreekgestoelte had verschanst en tijdens de speech van manlief Maxime ‘ik hóu van dit land, ik hóu van deze partij, Verhagen een kilo uien zat te schillen. Alles om bij Maxime de tranen tevoorschijn te laten komen om zo te verhullen dat het alleen de macht en Maxime Verhagen is waarvan hij echt houdt.
Het congres werd ook deze keer weer op een bijna clowneske manier geleid door voorzitter Houben die tevens burgemeester is van Barneveld en en passant in oktober is gepakt voor het rijden onder invloed. Gelukkig is het CDA een vergevingsgezinde partij en mocht de zwetende regent weer de voorzittershamer ter hand nemen.
Minister Leers was er ook. Hij bewoog wat ongemakkelijk en onwennig omdat de lange arm van Geert Wilders die hem normaal gesproken bestuurt niet tot aan het CDA congres leidde. Geert had wel wat beters te doen. Die zat met het aluminiumfolie op zijn hoofd na een waterstofperoxidespoeling naar de tv te kijken om te zien hoe het CDA ten onder ging. Daarbij droomde hij af en toe weg en zag zijn eigen partij aan de absolute macht komen met de meerderheid van de Tweede Kamer om zo eindelijk een neofascistische staat te kunnen oprichten. Want dat wilden de mensen inmiddels. Zo veel was duidelijk. Een eigen eiland in Europa. Standvastig en vastberaden. Niet zo verdeeld als de eilanden van Griekenland.
Alle ogen en alle hoop van beschaafd en weldenkend Nederland waren gericht op twee mensen binnen het CDA. Ad Koppejan en Kathleen Ferrier waren Mauro’s reddingboei om in Nederland te mogen blijven.
De uitkomst is bekend. Het ‘tegen’ van Koppejan en Ferrier in de Tweede Kamer zorgt al bijna een week lang voor een smerige smaak in mijn mond. Kennelijk is de enige manier om de rug recht te houden zo stijf mogelijk te blijven zitten in de blauwe stoelen van de Kamer. Kennelijk zitten deze draaifauteuils zo onbedaarlijk heerlijk dat men dat niet wenste op te geven voor een jongen die verstaanbaarder Nederlands praat dan Maxime Verhagen zelf. Misschien hielden ze de rug wel recht, de knieën waren slap.
Koppejan twitterde trots dat Mauro mocht blijven en dat hij hier mocht studeren. Een zelfde kraai van victorie kwam er van Ferrier. Het is niets minder dan een judaskus gegeven door twee mensen van een christelijke partij.
Waarschijnlijk maakt Mauro geen schijn van kans. Hij doet nu MBO3 maar moet vervolgens ook MBO4 halen en daarna ook nog HBO om vervolgens te beginnen met een jaarsalaris van 35.000 Euro per jaar. Door deze eisen te stellen wordt de strop om zijn nek langzaam steeds strakker getrokken waardoor hij op een gegeven moment zelf wel zal besluiten dat alles beter is dan het verblijf in Nederland. Zelfs de stoffige straten van Angola bieden dan verlichting.
‘Maar als we deze Mauro houden komt er vast wel weer een nieuwe’, is een veelgehoord argument de laatste tijd. We worden bang gemaakt met duizenden zielige negers die o zo graag in het land willen blijven. In werkelijkheid zijn het er 75. Niet eens genoeg voor een meerderheid in de Tweede Kamer. Maar in een land dat zo bol staat het van het volgevreten ego van Maxime Verhagen en in een land waarin Koppejan en Ferrier al bij een Mauro door de knieën gaat zijn 75 Mauro’s kennelijk te veel.
Laten we dat dan ook maar niet doen. Laten we de jongen die hier ruim acht jaar is, volledig is ingeburgerd en hier bovendien een broertje heeft die inmiddels drie jaar oud is, laten we deze jongen op het vliegtuig zetten. Op het moment dat Mauro in de lucht hangt gaat bij Maxime de broek weer wat losser, worden de stoelen van Ad en Kathleen nog was comfortabeler gemaakt en neemt CDA dagvoorzitter Houben een extra jenever op de goede afloop.
En dat alles terwijl Henk Bleker bij een voetbalwedstrijd zit met twee lege plekken naast hem bedoeld voor Mauro en zijn moeder. Maar dat is prima zo. Het ego van Henk Bleker past maar amper op de krappe kuipstoeltjes in het stadion.
Mauro is weg. Het CDA blij, de VVD blij, de PVV blij. Van de meerderheid van de mensen op straat mocht hij blijven. Maar om als politicus naar het volk te luisteren als er geen verkiezingen op stapel staan gaat toch wel wat al te ver.
De valse tranen en gespeelde emotie heeft Maxime Verhagen weer diep weggedrukt. Hij schopt zijn schoenen uit, trekt zijn pantoffels aan, groet het portret van Geert Wilders boven de schoorsteen en schuift dan bij mevrouw Verhagen aan voor de overheerlijke uiensoep.
Het congres werd ook deze keer weer op een bijna clowneske manier geleid door voorzitter Houben die tevens burgemeester is van Barneveld en en passant in oktober is gepakt voor het rijden onder invloed. Gelukkig is het CDA een vergevingsgezinde partij en mocht de zwetende regent weer de voorzittershamer ter hand nemen.
Minister Leers was er ook. Hij bewoog wat ongemakkelijk en onwennig omdat de lange arm van Geert Wilders die hem normaal gesproken bestuurt niet tot aan het CDA congres leidde. Geert had wel wat beters te doen. Die zat met het aluminiumfolie op zijn hoofd na een waterstofperoxidespoeling naar de tv te kijken om te zien hoe het CDA ten onder ging. Daarbij droomde hij af en toe weg en zag zijn eigen partij aan de absolute macht komen met de meerderheid van de Tweede Kamer om zo eindelijk een neofascistische staat te kunnen oprichten. Want dat wilden de mensen inmiddels. Zo veel was duidelijk. Een eigen eiland in Europa. Standvastig en vastberaden. Niet zo verdeeld als de eilanden van Griekenland.
Alle ogen en alle hoop van beschaafd en weldenkend Nederland waren gericht op twee mensen binnen het CDA. Ad Koppejan en Kathleen Ferrier waren Mauro’s reddingboei om in Nederland te mogen blijven.
De uitkomst is bekend. Het ‘tegen’ van Koppejan en Ferrier in de Tweede Kamer zorgt al bijna een week lang voor een smerige smaak in mijn mond. Kennelijk is de enige manier om de rug recht te houden zo stijf mogelijk te blijven zitten in de blauwe stoelen van de Kamer. Kennelijk zitten deze draaifauteuils zo onbedaarlijk heerlijk dat men dat niet wenste op te geven voor een jongen die verstaanbaarder Nederlands praat dan Maxime Verhagen zelf. Misschien hielden ze de rug wel recht, de knieën waren slap.
Koppejan twitterde trots dat Mauro mocht blijven en dat hij hier mocht studeren. Een zelfde kraai van victorie kwam er van Ferrier. Het is niets minder dan een judaskus gegeven door twee mensen van een christelijke partij.
Waarschijnlijk maakt Mauro geen schijn van kans. Hij doet nu MBO3 maar moet vervolgens ook MBO4 halen en daarna ook nog HBO om vervolgens te beginnen met een jaarsalaris van 35.000 Euro per jaar. Door deze eisen te stellen wordt de strop om zijn nek langzaam steeds strakker getrokken waardoor hij op een gegeven moment zelf wel zal besluiten dat alles beter is dan het verblijf in Nederland. Zelfs de stoffige straten van Angola bieden dan verlichting.
‘Maar als we deze Mauro houden komt er vast wel weer een nieuwe’, is een veelgehoord argument de laatste tijd. We worden bang gemaakt met duizenden zielige negers die o zo graag in het land willen blijven. In werkelijkheid zijn het er 75. Niet eens genoeg voor een meerderheid in de Tweede Kamer. Maar in een land dat zo bol staat het van het volgevreten ego van Maxime Verhagen en in een land waarin Koppejan en Ferrier al bij een Mauro door de knieën gaat zijn 75 Mauro’s kennelijk te veel.
Laten we dat dan ook maar niet doen. Laten we de jongen die hier ruim acht jaar is, volledig is ingeburgerd en hier bovendien een broertje heeft die inmiddels drie jaar oud is, laten we deze jongen op het vliegtuig zetten. Op het moment dat Mauro in de lucht hangt gaat bij Maxime de broek weer wat losser, worden de stoelen van Ad en Kathleen nog was comfortabeler gemaakt en neemt CDA dagvoorzitter Houben een extra jenever op de goede afloop.
En dat alles terwijl Henk Bleker bij een voetbalwedstrijd zit met twee lege plekken naast hem bedoeld voor Mauro en zijn moeder. Maar dat is prima zo. Het ego van Henk Bleker past maar amper op de krappe kuipstoeltjes in het stadion.
Mauro is weg. Het CDA blij, de VVD blij, de PVV blij. Van de meerderheid van de mensen op straat mocht hij blijven. Maar om als politicus naar het volk te luisteren als er geen verkiezingen op stapel staan gaat toch wel wat al te ver.
De valse tranen en gespeelde emotie heeft Maxime Verhagen weer diep weggedrukt. Hij schopt zijn schoenen uit, trekt zijn pantoffels aan, groet het portret van Geert Wilders boven de schoorsteen en schuift dan bij mevrouw Verhagen aan voor de overheerlijke uiensoep.
maandag 14 maart 2011
Afschuwelijk nieuws
Zo! Dat was me het weekend wel qua nieuws. Want wat ging er een schok door de wereld heen afgelopen vrijdag. Nu, drie dagen later, lijkt de storm eindelijk een beetje te gaan liggen en kan men het gewone leven weer een beetje proberen op te pakken. Natuurlijk is dat lastig maar hé, je moet door. En, o ja, er schijnt ook nog iets in Japan te zijn gebeurd maar waar ik het natuurlijk over heb is de uitschakeling van Ralf Mackenbach in het SBS programma ‘Sterren dansen op het ijs’.
Ralf Mackenbach (Best, 1995) verwierf internationale faam door met zijn lied ‘Click Clack’ het Junior Eurovisie Songfestival te winnen. Sinds die overwinning is er iets met Ralf en zijn omgeving gebeurd. De jonge puber heeft een mediatraining gekregen waardoor hij nu praat als een volleerd politicus met twintig jaar ervaring in de nabijheid van de meest vreselijke journalisten.
Niet alleen Ralf heeft een mentale deuk opgelopen door zijn overwinning. Ook moeder Heleen Mackenbach heeft het niet ongemoeid gelaten. Iedere moeder die een gezonde band heeft met haar zoon vindt hem waarschijnlijk de leukste, de beste en de knapste maar niet iedere moeder eist een hertelling van de stemmen omdat haar zoon eruit is geknikkerd tijdens ‘Sterren dansen op het ijs’.
Van tevoren was al wel bekend dat Ralf niet zou kunnen gaan winnen. Ik dacht dat het aan zijn leeftijd lag die er voor zou zorgen dat hij op het moment suprême tijdens de show niet meer op de televisie mag verschijnen maar dat is het niet. Ralf mag dan wel een grote mond hebben en zich inmiddels al een hele man voelen, hij kan nou eenmaal zijn partner niet liften. Daar is hij dan weer net te klein en te iel voor.
SBS heeft vandaag bekend gemaakt dat de stemmen wel degelijk eerlijk zijn geteld en dat het ook voor hen als een verrassing kwam dat Ralf naar huis werd gestuurd. Daar kan moeder Heleen gelukkig wel mee leven. Goed nieuws voor Ralf ook. T is toch tamelijk pijnlijk als je midden in je puberteit weer vol onder de vleugels van je moeder wordt genomen.
Misschien dat Ralf het liften eens kan gaan oefenen. Langs de snelweg en dan richting Spanje of Frankrijk. Beetje druivenplukken en zo. Misschien zelfs ooit wel eens naar Japan. Of nee, wacht even, dat nog maar even niet. Daar was ook iets aan de hand maar dat heb ik gemist door al het nieuws rondom Ralf Mackenbach het afgelopen weekend.
Ralf Mackenbach (Best, 1995) verwierf internationale faam door met zijn lied ‘Click Clack’ het Junior Eurovisie Songfestival te winnen. Sinds die overwinning is er iets met Ralf en zijn omgeving gebeurd. De jonge puber heeft een mediatraining gekregen waardoor hij nu praat als een volleerd politicus met twintig jaar ervaring in de nabijheid van de meest vreselijke journalisten.
Niet alleen Ralf heeft een mentale deuk opgelopen door zijn overwinning. Ook moeder Heleen Mackenbach heeft het niet ongemoeid gelaten. Iedere moeder die een gezonde band heeft met haar zoon vindt hem waarschijnlijk de leukste, de beste en de knapste maar niet iedere moeder eist een hertelling van de stemmen omdat haar zoon eruit is geknikkerd tijdens ‘Sterren dansen op het ijs’.
Van tevoren was al wel bekend dat Ralf niet zou kunnen gaan winnen. Ik dacht dat het aan zijn leeftijd lag die er voor zou zorgen dat hij op het moment suprême tijdens de show niet meer op de televisie mag verschijnen maar dat is het niet. Ralf mag dan wel een grote mond hebben en zich inmiddels al een hele man voelen, hij kan nou eenmaal zijn partner niet liften. Daar is hij dan weer net te klein en te iel voor.
SBS heeft vandaag bekend gemaakt dat de stemmen wel degelijk eerlijk zijn geteld en dat het ook voor hen als een verrassing kwam dat Ralf naar huis werd gestuurd. Daar kan moeder Heleen gelukkig wel mee leven. Goed nieuws voor Ralf ook. T is toch tamelijk pijnlijk als je midden in je puberteit weer vol onder de vleugels van je moeder wordt genomen.
Misschien dat Ralf het liften eens kan gaan oefenen. Langs de snelweg en dan richting Spanje of Frankrijk. Beetje druivenplukken en zo. Misschien zelfs ooit wel eens naar Japan. Of nee, wacht even, dat nog maar even niet. Daar was ook iets aan de hand maar dat heb ik gemist door al het nieuws rondom Ralf Mackenbach het afgelopen weekend.
Abonneren op:
Berichten (Atom)


