vrijdag 16 april 2010

Heerlijk. Badminton

Na een korte pauze van zestien jaar heb ik het badminton weer opgepikt. Heel fijn, ontspannen en rustig op de woensdagavond in Haarlem-Noord. Voor mij dan.
Afgelopen woensdag werd mijn aandacht getrokken door een baan waar een mannendubbel werd gespeeld. Een van de spelers had een shirt aan in twee verschillende grijstinten. Zo leek het althans. Bij nader onderzoek bleek de bovenste helft van het shirt donkergrijs te zijn door de liters zweet die zich daar hadden opgeslagen. Het trof mij dat niet het hele shirt doorweekt was.
Het shirt van de man, die ik in een sympathieke bui begin veertig schat maar eruit zag als iemand van achter in de vijftig, was niet de aanleiding van mijn aandacht voor het spelletje tussen de vier heren.
Mijn aandacht werd getrokken door een wild gescheld tussen de mannen van middelbare leeftijd. De grande finale werd ingeleid door het krachtig weggooien van een racket en werd besloten door een speler die woest, en verwensingen gillend, richting de kleedkamer beende.
Ik maakte een stap terug in de tijd. Een stap van ruim zestien jaar en ik bevond mij in de sporthal waar ik het spelletje heb geleerd. We speelden een competitiewedstrijd en mijn temperament mondde uit in een fikse scheldpartij. Zo hevig dat mijn vader zich daarna niet meer op de, toch al slecht gevulde, tribune liet zien. Logisch. Er zijn betere bestedingen van een zaterdagmiddag dan met buikpijn te moeten kijken naar een roder wordende puber die ook nog eens je zoon is.
Jaren na dit incident ben ik met squash begonnen en ook daar moesten drie rackets het ontgelden tegen de betonnen muur.
Kijkend naar de vroege vijftigers in Haarlem kwam het besef dat ik daar nu hopelijk toch echt te oud voor ben geworden.