Eerlijk gezegd had ik gehoopt daar de mannen aan te treffen die je vaak op tv ziet als het over vliegtuigspotten gaat. Mannen die alles weten van alle vliegtuigen en alle maatschappijen en die ook precies weten of de kisten wel op tijd de lucht in gaan. Die mannen trof ik daar niet aan.
Wel een Frans gezin met drie kinderen waarvan de jongste tijdens het voeren van een potje Olvarit plots door zijn vader werd opgetild om aan aanstormend vliegtuig te kunnen zien. Het kind van nog geen jaar had werkelijk geen enkele interesse voor het straalvliegtuig. Des te meer voor dat overheerlijke potje eten dat naast zijn moeder op hem stond te wachten.
Naast de Fransen waren er twee Limburgers, een postbode die naar eigen zeggen anderhalf uur te vroeg was en daarom wel even wat vliegtuigjes kon zien en een aantal onderbuiken.
Terwijl het ene na het andere vliegtuig voorbij stoof namen de mannen de stand van het land door. De conclusie was kort en bondig; we zijn allemaal te slap en te soft, ergo, het hele land zit vol met watjes.
De klaagzang donderde door terwijl er een Boeing 747 op honderd meter voorbij denderde. Voor de niet-spotters onder ons; dat is een flinke. De mannen keken niet op of om want ze zaten te diep in hun eigen verhaal en ellende gedoken om het technologisch wonder voorbij te zien schieten. Misschien hadden ze wel een beetje gelijk want als zelfs een voorbij razende 747 je niet meer doet opkijken is er wellicht toch iets aan de hand.