Nee, ik heb het niet over de voetbalplaatjes van Albert Heijn.
Ik heb het over het meest in het oog springende neveneffect van deze actie. Ik heb het over kinderen tussen de vijf en de acht die bedelen. Niet om rijst of graan maar om Gregory van der Wiel of Tim Matavz.
Vorige week had ik al een bord zien staan waarop de spelregels van het bedelen nog eens duidelijk waren opgetekend. Zo zou er een speciaal vak moeten zijn en kan je bij een overtreding van de regels een gele kaart krijgen. Twee keer geel is rood, ook bij Albert Heijn, en zo kan het zijn dat je op je vijfde al de winkel wordt uitgeschopt omdat je alleen maar hoopte de bonkige kop van Frank Demouge aan je verzameling te kunnen toevoegen. T lijkt mij een vruchtbare bodem voor een eerste jeugdtrauma.
Bij de Albert Heijn waar ik mijn boodschappen doe doken ze gisteren voor het eerst op. Ineens stonden ze daar. Het mantra 'Heeft u nog voetbalplaatjes', werd driftig gereciteerd. In twee rijtjes stonden de kinderen aan weerszijden van de schuifdeur. De manager had er op een goed moment genoeg van en dirigeerde de kleine schooiers naar buiten. Een van hen merkte op dat het wel heel koud was op straat.
'Daarom zijn er jassen, daarom zijn er sjaals', was het antwoord van de manager die ik er ernstig van verdenk zijn hele plakboek al vol te hebben en nu ook probeert om Luis Suarez zo duur mogelijk van de hand te doen.
Brutalen hebben de halve wereld dus de kinderen gisteren op straat zijn waarschijnlijk met drie keer alle spelers van de Eredivisie naar huis gegaan. Leuk voor ze. Wat ben ik blij dat deze acties niet bestonden in de tijd dat ik kind was. Ik had het nooit aangedurfd om mensen naar voetbalplaatjes te vragen waardoor ik waarschijnlijk uren lang had zitten staren naar Lex Immers van Ado Den Haag omdat een vriendje twaalf stickers van Lex had en hij deze daarom wel wilde ruilen tegen twee knikkers.
'Heeft u ook voetbalplaatjes?', klinkt het in koor als ik de Albert Heijn uitloop. Ik geef mijn pakje aan het meest timide mannetje aan het eind van de rij.
'Yesss', zegt hij, 'de linkerhelft van AZ. Nu heb ik AZ compleet!'
De hype houdt nog even aan. Een week of twee gok ik. Dan is de interesse van de kinderen weer net zo snel verdwenen als deze opkwam. Dan begint het knikkeren weer. En kijk, dat vond ik dan wel weer leuk. Voor knikkers hoefde je niet bij grote mensen aan te kloppen. Nee, knikkers kon je gewoon kopen bij speelgoedwinkel Pol aan de Hendrik Droststraat in Olst.